Pelgrimsroute

De pelgrimsroute naar Santiago de Compostella (ook wel Sint Jakobsroute of Jacobsweg genoemd) is de pelgrimsroute naar het graf van de apostel Jakobus in Santiago de Compostella in Spanje. De belangrijkste route door Spanje was de Camino Francés, die de voortzetting was van meerdere trajecten komend uit Frankrijk. De Camino Francés was de middeleeuwse verkeersas die in Noord-Spanje loopt van de Pyreneeën naar het graf van Jakobus. Deze route loopt langs de steden Pamplona, Estella, Logroño, Burgos, León, Astorga en Ponferrada. Vanaf alle andere Europese landen lopen eveneens Jacobswegen naar Spanje met Santiago de Compostella als einddoel.


De Camino Francés in zijn huidige loop is in de eerste helft van de 11e eeuw ontstaan; er wordt echter aangenomen dat de route al veel ouder is. Al voor Christus was Finisterre het eindpunt van een heidense tocht. Het klif, 90 kilometer westelijk van Santiago, is door de Romeinen Finisterrae gedoopt, wat 'einde van de wereld' betekent. De traditie van de bedevaart naar St.Jacob in Compostella gaat terug naar de tijd van Karel de Grote, nadat volgens de legende in 814 zijn graf in Compostella gevonden was.


Santiago de Compostella kon in de elfde eeuw niet alleen zo'n belangrijke bedevaartsplaats worden vanwege de wonderbaarlijke verhalen over de apostel Jakobus, maar ook omdat de Abdij van Cluny in de elfde eeuw de godsvredebeweging ging stimuleren die erop gericht was in West-Europa een grotere veiligheid te bewerkstelligen. Deze eerste kerkelijke vredesbeweging stimuleerde niet alleen giften aan kerken en kloosters, maar ook de bedevaarten naar Santiago en daarmee de opkomst van de Romaanse kunst langs de pelgrimswegen. Tot in Spanje is daardoor de invloed van de architectuur van Cluny merkbaar. De betekenis van Cluny en de pelgrimages naar Santiago voor de reconquista tegen het islamitische Marokkaanse rijk in Zuid-Spanje is overigens beperkt. Verhalen over de heilige Jakobus en de strijd tegen de Moren dateren op zijn vroegst uit het einde van de elfde eeuw, als de grote trek al op gang gekomen is. De enkele afbeeldingen van Matamoros (de Morendoder), zoals te zien zijn in de kathedraal van Burgos dateren zelfs pas uit de 16e en 17e eeuw.

De pelgrimshandleiding in het vijfde boek van de Codex Calixtinus uit de 12e eeuw noemt voor Frankrijk vier verschillende pelgrimsroutes. Deze beginnen respectievelijk in Tours, Vézelay, Le Puy en Saint-Gilles-du-Gard, bij Arles. De eerste drie komen samen in Saint-Jean-Pied-de-Port in de Franse Pyreneeën, de route vanuit Arles komt via de Somportpas Spanje binnen, loopt via Jaca en komt bij Puente la Reina bij de andere routes vanuit Frankrijk.

Sinds 1993 is het Spaanse deel van de pelgrimsroute in de werelderfgoedlijst van UNESCO opgenomen. De Franse routes maken sinds 1998 deel uit van deze lijst.

De route is in Spanje gemarkeerd met palen en borden met daarop een gestileerde sint-jakobsschelp op een blauwe ondergrond, en met gele geschilderde pijlen.
Langs de route zijn op regelmatige afstanden sobere herbergen ingericht, waar reizigers kunnen overnachten en eten. De kosten van een overnachting bedragen ongeveer 10 euro per nacht, terwijl een maaltijd ("menu del peregrino") circa 15 euro kost. In veel gevallen heeft men slechts toegang op vertoon van een pelgrimspas ("Credencial del Peregrino"). Met behulp van deze kaart, die men onderweg kan laten afstempelen, kan bij aankomst in Santiago aangetoond worden dat men een voldoende afstand heeft afgelegd om een oorkonde te verkrijgen, de zogeheten "Compostela". Voor wandelaars is een afgelegde afstand van 100 kilometer vereist, voor fietsers 200 kilometer; indien men te paard reist 300 kilometer. Deze afstanden worden gerekend tot Santiago.



Waar vroeger bossen, wolven en struikrovers waren, zie je nu industrieterreinen en auto's. En de pelgrims die vroeger om een aalmoes vroegen, hebben nu een creditcard op zak. Maar de essentie van de duizend jaar oude weg blijft met dezelfde intensiteit voorbestaan in de mistflarden van de bossen van Navarra, in iedere plooi van de heuvels van La Rioja, in de eindeloze horizon van de hoogvlakten van Castilië y Leon en in de vochtige duisternis van de corredoiras in Galicië.
De pelgrimstocht naar Santiago is een reis naar het eigen innerlijk, die eenieder onderneemt met zijn eigen bagage en doel.
Toch, bijna 1200 jaar nadat de eerste pelgrim aankwam in Santiago blijven er nog genoeg details over - refugio's die maar een aalmoes vragen, een hospitalero die zijn gasten wekt met gregoriaanse gezang en ze aan het ontbijt nodigt, de blaren op je voeten, een avondmaal met mensen die je niet kent maar je toch zeer nabij zijn - die van deze reis een unieke ervaring maken.

Bron: wikipedi